Onderzoek
Hoe GEO-klaar is de Belgische markt? Een audit van 100 websites
Hoe GEO-klaar is de Belgische markt? Een audit van 100 websites
Elke keer als ik met een ondernemer of marketeer over GEO praat, komt op een bepaald moment dezelfde vraag naar boven: hoe goed doen andere bedrijven dit eigenlijk? Iedereen heeft een onderbuikgevoel, maar niemand had tot nu toe harde cijfers om dat gevoel tegenaan te leggen. Dat gemis was voor mij de directe aanleiding om zelf honderd sites te auditeren, met als doel een echte GEO-benchmark voor Belgische websites neer te zetten.
Ik koos daarbij bewust voor vier sectoren met een sterk verschillend digitaal profiel: webshops, B2B SaaS-bedrijven, cybersecurity-spelers en een restgroep van overige sectoren. Elke site werd op dezelfde manier doorgelicht, op vijf pijlers: crawlbaarheid, structured data, entiteit en autoriteit, content, en integriteit en versheid. Die pijlers wegen samen door tot één GEO Readiness Score per site, zodat sectoren en individuele bedrijven eerlijk met elkaar te vergelijken zijn in plaats van los van elkaar beoordeeld te worden.
De reden waarom ik voor deze opzet koos, is simpel: een steekproef van vijf sites laat je hooguit anekdotes zien, geen patronen. Pas bij honderd sites, verdeeld over sectoren met een andere technische achtergrond en een ander type bezoeker, beginnen structurele verschillen zich af te tekenen. En die verschillen bleken groter en concreter dan ik vooraf had verwacht. In dit artikel loop ik door wat deze audit blootlegt, sector per sector en signaal per signaal, en wat die patronen betekenen voor wie zelf aan de slag wil.
Het eerste getal: een gemiddelde van 51,6 op 100
Elke site in deze audit krijgt één score op honderd, opgebouwd uit vijf bouwstenen die elk hun eigen gewicht dragen in het eindcijfer. Crawlbaarheid weegt het zwaarst, omdat het de basisvoorwaarde is: kan een AI-engine je site niet eens bereiken, dan doet de rest van je score er niet meer toe. Structured data en entity- en auteursautoriteit wegen daarna allebei behoorlijk mee, content-substantie en integriteit iets minder, maar geen van de vijf bouwstenen telt voor nul.
Crawlbaarheid meet iets eenvoudigs: staat je site geïndexeerd bij Google, en sluit je de twee belangrijkste AI-zoekbots, die van ChatGPT en Perplexity, niet per ongeluk buiten? Sta je gewoon open en geïndexeerd, dan haal je hier het volle punt.
Structured data telt of de drie belangrijkste soorten machineleesbare data aanwezig zijn: een Organization-schema dat vastlegt wie je als bedrijf bent, een Article-schema dat je content identificeert, en een FAQPage-schema dat vraag-antwoordblokken machineleesbaar maakt. Hoe meer van die drie aanwezig zijn, hoe hoger de score op dit onderdeel.
Entity- en auteursautoriteit kijkt niet naar of je een auteursnaam toont, maar naar of je die naam ook bewijst. Staat de naam gelinkt naar een echte auteurspagina, is er een onderliggend Person-schema, en heeft die persoon of dat bedrijf een Wikidata-item? Dit onderdeel meet dus letterlijk het verschil tussen zelf beweren dat je een expert bent en dat machinaal kunnen aantonen.
Content-substantie rekent puur de feitendichtheid: hoeveel harde statistieken, data en verifieerbare feiten zitten er per honderd woorden in je tekst. Vanaf 15 feiten per 100 woorden krijg je hier het volle punt, daaronder loopt de score evenredig af, en sites zonder gemeten waarde krijgen nul, zonder voordeel van de twijfel.
Integriteit en freshness checkt of een site consequent is. Klopt de zichtbare publicatiedatum met wat er in de onderliggende schema-data staat? En als er een FAQ op de pagina staat, komt die dan ook effectief overeen met wat het FAQ-schema beweert? Een site zonder FAQ wordt hier niet voor gestraft: die pijler draait dan uitsluitend om de datumconsistentie.
Deze vijf deelscores tellen volgens hun gewicht op tot het eindcijfer.
De gemiddelde GEO Readiness Score over de honderd onderzochte sites komt uit op 51,6, met een koploper uit de B2B SaaS-sector op 79. Geen enkele site uit de steekproef haalt de bovenste categorie "excellent" (80+). Achter dat gemiddelde schuilt een markt die zich verdeelt in vier duidelijke groepen: 4% scoort kritiek, 28% zwak, 40% matig en 28% sterk.
Meer dan één op de drie sites blijft dus technisch en structureel onder de maat voor citatie door AI-zoeksystemen, terwijl niemand het punt bereikt waarop je van een echt volwassen GEO-implementatie kan spreken.
Een derde van de markt is niet verifieerbaar voor AI-systemen
35% van de onderzochte sites is wat we "GEO-blind" noemen: geen Organization-schema, geen Person-schema en geen auteursschema. Deze sites zijn voor een AI-systeem wel gewoon bereikbaar en crawlbaar, maar bevatten geen enkele gestructureerde ingang waarlangs een taalmodel kan bevestigen wie ze zijn, wat ze doen, of wie er achter hun content staat. Zonder die verificatie valt een citatie doorgaans weg, ook al is de site zelf perfect vindbaar.
Dat cijfer verbergt een scherp sectorverschil. Webshops zijn veruit het vaakst GEO-blind, met 53,8% van de onderzochte webshops zonder enige vorm van entiteitsherkenning, tegenover slechts 20% bij B2B SaaS-bedrijven. De verklaring ligt niet bij onwil, maar bij platformkeuzes. Veel webshops draaien op e-commerceplatformen zoals Shopify, Magento of Lightspeed, die vooral Product- en WebSite-schema standaard meeleveren, maar zelden Organization- of Person-schema zonder bijkomende configuratie. B2B SaaS-bedrijven werken vaker met WordPress of Webflow, platformen die dat soort schema makkelijker laten toevoegen via plugins of custom code.
Het gevolg is een structureel nadeel voor precies de sector die het dichtst bij de eindklant staat. Een webshop die voor een AI-systeem onverifieerbaar blijft als entiteit, verliest niet alleen citaties in informatieve vragen, maar ook het soort vertrouwenssignaal dat nodig is om in een vergelijkende aanbeveling te worden opgenomen.
Auteurschap en Person-schema: twee losse knoppen, zelden samen omgedraaid
Een zichtbare auteursnaam is een van de sterkste signalen om E-E-A-T aan te tonen, maar pas als die naam ook doorlinkt naar een echte auteurspagina. Pas wanneer je daar bovenop een Person-schema aan koppelt, maak je die cirkel helemaal rond: de naam, de pagina en de machineleesbare identiteit bevestigen elkaar, en precies die combinatie zorgt voor een optimale AI-leesbaarheid van een blogartikel.
Nieuwsbrief
Blijf mee met hoe GEO evolueert
Generative Engine Optimization staat nog volop in ontwikkeling: AI-systemen passen voortdurend aan hoe ze bronnen selecteren en antwoorden opbouwen. Schrijf je in en ontvang nieuwe inzichten, praktijkcases en tools zodra ze relevant worden, zodat je zicht houdt op wat er verandert.
Van de 67 sites met een zichtbare auteursnaam linkt slechts 35,8% die naam door naar een profiel of auteurspagina, en amper 16,4% combineert die link met een onderliggend Person-schema. De overgrote meerderheid van bedrijven die wel een naam bij een artikel zetten, laat die naam dus zonder enige verificatie staan.
Voor een AI-systeem is dat een gemiste kans op twee vlakken tegelijk. Een auteursnaam zonder link biedt geen enkele manier om die persoon te herleiden tot een reëel, controleerbaar profiel. Een Person-schema zonder zichtbare naam in de content mist dan weer de verbinding tussen de tekst en de expertise erachter. Pas de combinatie van beide laat een taalmodel toe om expertise daadwerkelijk aan een geverifieerde persoon te koppelen, en precies die combinatie blijft in 83,6% van de gevallen achterwege.
FAQ-schema: veelbelovend format, nauwelijks technisch ondersteund
21 van de 100 sites tonen zichtbare FAQ's aan hun bezoekers, maar slechts 2 daarvan, ofwel 2% van alle onderzochte sites, voorzien ook het onderliggende FAQPage-schema dat een AI-systeem toelaat die vragen en antwoorden machinaal te herkennen. De overige 19 sites bouwen dus wel het format op dat mensen overtuigt, zonder de laag toe te voegen die een taalmodel toelaat diezelfde content rechtstreeks te citeren.
Dat is een opvallend gemiste kans, omdat FAQ-content op zich al goed aansluit bij hoe AI-systemen antwoorden opbouwen: kort, direct, één vraag per antwoord. Het ontbrekende schema is meestal geen inhoudelijk probleem, eerder een technische stap die overgeslagen wordt bij de implementatie. Wie al FAQ-content op de site heeft staan, wint dus relatief snel terrein door enkel het schema toe te voegen, zonder de tekst zelf te moeten herschrijven.
Wikidata: waar webshops verrassend voorop lopen
24% van de sites heeft een Wikidata-item, en hier draait het sectorbeeld helemaal om. Webshops scoren hier het hoogst met 46,2%, terwijl ze op vrijwel elke andere metric onderaan bungelen. De verklaring ligt waarschijnlijk niet bij een bewuste GEO-strategie, maar bij de aard van de bedrijven zelf: veel van de onderzochte webshops zijn gevestigde, fysiek aanwezige retailmerken die al langer bestaan en om andere redenen, zoals naamsbekendheid of media-aandacht, al een Wikidata-item hebben gekregen.
Dat maakt Wikidata-aanwezigheid het enige signaal in deze audit waarbij webshops een structureel voordeel hebben, ook al is dat voordeel eerder toeval dan strategie. Voor bedrijven die zelf nog geen Wikidata-item hebben, blijft het wel een van de meest onderschatte stappen om buiten de eigen site autoriteit op te bouwen, precies omdat een AI-model een claim op de eigen website zwaarder laat wegen zodra die extern bevestigd wordt.
Bot-blocking: bijna nooit een bewuste keuze
8% van de onderzochte sites blokkeert retrieval-bots actief, de bots die live een pagina bezoeken op het moment dat een gebruiker een vraag stelt aan ChatGPT of Perplexity. Van de 9 sites die minstens één AI-bot blokkeren, blokkeren 8 meteen alle 6 onderzochte bots tegelijk, trainings- en retrievalbots door elkaar. Slechts 1 site in de hele steekproef maakt het onderscheid en blokkeert selectief.
Dat patroon wijst op een generieke beveiligingsregel die alle AI-verkeer in één klap weert, eerder dan een doordachte GEO-keuze. Cybersecurity-bedrijven blokkeren AI-bots verreweg het vaakst: 22,2% van de onderzochte cybersecurity-sites doet dit, tegenover 0% bij boekhoudkantoren, en 5 van de 8 sites die specifiek retrieval-bots blokkeren zijn cybersecurity-bedrijven. Voor een sector die zelf continu waarschuwt voor ongecontroleerde toegang, is dat een begrijpelijke reflex, maar wel een dure. Een cybersecurity-bedrijf dat OAI-SearchBot of PerplexityBot weert, sluit zichzelf onmiddellijk uit van elke kans om vermeld te worden op het moment dat een potentiële klant een vraag stelt over precies hun vakgebied.
Organization- en Article-schema: losse puzzelstukken, zelden een geheel
Slechts 31 van de 100 sites combineren zowel Organization- als Article-schema. 18 sites hebben enkel Organization-schema, 16 hebben enkel Article-schema, en 35 hebben geen van beide. Schema-implementatie in deze markt is dus overwegend fragmentarisch: bedrijven voegen losse stukjes toe zonder ze samen te binden tot een herkenbaar geheel.
Dat is problematisch, omdat een AI-model losse schema-blokken niet automatisch aan elkaar koppelt. Zonder expliciete verwijzingen tussen een Organization-node en de bijhorende Article-nodes moet een taalmodel zelf gokken of een artikel effectief bij die specifieke organisatie hoort. Een samenhangende @graph-structuur, waarin elk onderdeel via een vast @id naar de andere verwijst, lost dat gokwerk op, maar blijft in deze steekproef eerder uitzondering dan regel.
Fact density: de helft van de markt haalt het niveau van "degelijke" content niet
De gemiddelde fact density in de steekproef ligt op 7,47 verifieerbare feiten per 100 woorden, maar de mediaan ligt met 4,95 fors lager. Dat verschil is veelzeggend: het gemiddelde wordt opgetrokken door een beperkt aantal uitschieters, niet door een brede middenmoot die het goed doet. De spreiding loopt van 0,0 tot 37,0, met vijf sites die exact op nul scoren, wat betekent dat hun onderzochte content geen enkel verifieerbaar feit, statistiek of specifieke datum bevat.
Volgens de KDD 2024-studie van onderzoekers verbonden aan Princeton, Georgia Tech, het Allen Institute en IIT Delhi, die aan de basis ligt van de CITABLE-richtlijnen voor citeerbare content, ligt de aanbevolen ondergrens op minstens 1 harde statistiek, geverifieerde entiteit of specifieke datum per 100 woorden. Die drempel is uitdrukkelijk een absolute vloer, geen ambitieus streefdoel.
Tegen die vloer afgezet, zit 12% van de onderzochte sites onder de minimumdrempel van 1,0. Nog eens 17% zit tussen 1,0 en 2,0, ruim boven de absolute ondergrens maar nog steeds mager. En 50% van de hele steekproef haalt zelfs geen 5,0, wat betekent dat de helft van deze markt niet eens het niveau bereikt dat je normaal van "degelijke", inhoudelijk onderbouwde content zou verwachten.
Wat deze audit betekent voor je eigen site
Vijf patronen komen telkens terug in deze honderd sites, en elk daarvan is met beperkte inspanning bij te sturen.
- Voeg Organization- en Article-schema samen toe, niet los van elkaar. Losse schema-blokken laten een AI-model gokken naar het verband. Een @graph-structuur met expliciete @id-verwijzingen legt dat verband vast.
- Combineer een zichtbare auteursnaam altijd met een link én een Person-schema. Slechts 16,4% van de sites met een auteursnaam doet dit vandaag, wat betekent dat deze ene aanpassing een directe voorsprong oplevert op het gros van de markt.
- Voeg FAQPage-schema toe aan bestaande FAQ-content. Bij 19 van de 21 sites met zichtbare FAQ's ontbreekt enkel deze technische stap, niet de inhoud zelf.
- Blokkeer nooit alle AI-bots in één beweging. Onderscheid trainingsbots van retrieval-bots in je robots.txt-bestand en je CDN-instellingen, zoals slechts 1 van de 9 blokkerende sites in deze steekproef effectief deed.
- Til je fact density boven de ondergrens van 1 feit per 100 woorden, en liefst ver daarboven. De helft van deze markt haalt zelfs de 5,0 niet, wat betekent dat een gerichte inhaalslag op dit vlak meteen een aanzienlijk concurrentievoordeel oplevert.
Conclusie: wie nu begint, heeft meteen een voorsprong
Honderd sites uit vier verschillende sectoren en evenveel verschillende bedrijfsgroottes laten hetzelfde beeld zien: technisch staat de markt er, ondanks alle aandacht voor AI de laatste jaren, behoorlijk zwak voor. Een gemiddelde van 51,6 op 100, een derde van de markt onverifieerbaar voor AI-systemen, en de helft die zelfs de basisdrempel voor fact density niet haalt, zijn geen uitzonderingen van een paar achterblijvers. Het is het gemiddelde beeld van de markt zelf.
Voor de bedrijven in deze steekproef is dat een gemiste kans. Voor jouw bedrijf is het net het tegenovergestelde: een window dat vandaag nog wagenwijd openstaat. Begin je nu met het implementeren van de technische GEO-fundamenten, gecombineerd met een structurele opbouw van je content en gericht werk aan je topical authority, dan bouw je een voorsprong op die het gros van je sector vandaag simpelweg nog laat liggen.
Gerelateerde artikelen
Veelgestelde vragen
Hoe weet ik of mijn website al klaar is voor AI-zoeksystemen?
Kijk eerst naar de basis: staat je site geïndexeerd, sluit je geen retrieval-bots buiten, en heb je Organization-, Article- en idealiter Person-schema geïmplementeerd? In deze audit bleek 35% van de sites op geen van die punten te scoren. Ontbreken die signalen bij jou ook, dan sta je technisch nog aan het startpunt, ongeacht hoe goed je content zelf geschreven is.
Ik heb al FAQ-content op mijn site staan, waarom wordt die dan niet geciteerd?
Vermoedelijk ontbreekt het onderliggende FAQPage-schema. Van alle onderzochte sites met zichtbare FAQ's op de pagina had slechts 2% ook het schema geïmplementeerd dat een AI-systeem toelaat die vragen en antwoorden machinaal te herkennen. De content zelf is meestal niet het probleem, de technische laag eronder wel.
Is het gevaarlijk om AI-bots gewoon allemaal toe te laten?
Niet voor je actuele zichtbaarheid. Het onderscheid dat telt, is tussen trainingsbots, die content verzamelen voor toekomstige modellen, en retrieval-bots, die je pagina bezoeken op het moment dat iemand een vraag stelt. Retrieval-bots blokkeren sluit je meteen uit van elke citatiekans vandaag. Trainingsbots blokkeren is een aparte, legitieme keuze die niets met je huidige zichtbaarheid te maken heeft.
